‘De grootste uitdaging was om tot een helder vraagstuk te komen.’
Pionieren met data bij de Parabool
Gehandicaptenzorgorganisatie de Parabool begeleidt mensen met een verstandelijke beperking in wonen en werken. Gamze Tintin leidde er een waardevol datapilot. Het doel? Verkennen of data kan helpen op woonlocaties om de zorg in de nacht te verbeteren. Heel leerzaam, vertelt ze. ‘De grootste uitdaging was om tot een helder vraagstuk te komen.’
Gamze is stafmedewerker zorgtechnologie en innovatie bij de Parabool. De organisatie is een van de pilotdeelnemers van het programma Leren Werken met Data in de gehandicaptenzorg. Ze neemt ons mee in de stappen die bij de pilot kwamen kijken en geeft een mooi inkijkje in de uitdagingen en resultaten.
Welke behoefte?
De Parabool is een middelgrote organisatie, actief in de regio Salland. De pilot voeren ze uit op één woonlocatie waar in totaal achttien cliënten wonen en zo’n dertig medewerkers werken. Met het team bespreken ze uitvoerig hoe data zou kunnen helpen de zorgverlening verder te verbeteren. De conclusie is dat ze graag meer grip willen hebben op de ongeplande zorg. Maar hoe pak je dat aan? Na veel gepuzzel komen ze tot de conclusie dat dit geen werkbaar vraagstuk is. De flexibiliteit van ongeplande zorg moet behouden blijven en bovendien is de scope wel erg breed. Innovatieadviseur Suzan Vlaming van Academy Het Dorp helpt de organisatie om tot een behapbaarder vraagstuk te komen.
Nader overleg maakt duidelijk dat vooral behoefte is aan meer inzicht in de zorg in de nacht. Hoewel het team vertrouwen heeft in de huidige nachtzorg, is er ook de wens om beter te begrijpen wat er ’s nachts op de locatie gebeurt. Welke signalen uit domoticasensoren komen binnen? Wanneer wordt er welke zorg verleend? En hoe verhouden die momenten zich tot de behoefte van de cliënt?
Heldere data kan de gedragskundigen, persoonlijk begeleiders en teamleider van de woonlocatie helpen om goede afwegingen te maken. Het thema wordt afgehamerd. Met een nachtzorgmedewerker en de teamleider vormt Gamze een kernteam om de pilot op basis van deze vraag verder vorm te geven.
Kies een behapbaar vraagstuk. En ga aan de hand van voorbeeldgrafieken met elkaar in gesprek.
Nuttige gesprekken
Er volgen gesprekken met het team om duidelijker te krijgen aan welke inzichten behoefte is. Aan de orde komt onder meer wat data eigenlijk is. Er wordt een eerste, handmatige, data-verzameling gedaan. Een nachtzorgmedewerker houdt twee weken lang handmatig allerlei informatie bij.
Op basis van die eerste verzamelde data, komen er levendige discussies op gang met de zorgprofessionals van de locatie. Er komt, naar aanleiding van het inzicht dat er ’s nachts rond 04:00 uur veel oproepen binnenkomen, bijvoorbeeld ter sprake dat de onrust in de nacht wellicht komt doordat cliënten al vroeg op bed liggen. Misschien moet het ritme worden verschoven? Het zijn levendige discussies, waarin vele mogelijke factoren voor onrust in de nacht worden op tafel gelegd. Het lawaai van spitsverkeer, de felle nachtlamp die vaak aangaat, allemaal kan het invloed hebben.
Van plan tot voorbeeldgrafieken
Na de uitdagende aanloop volgt het aanpassen van het plan van aanpak. In meer detail maken ze inzichtelijk wat ze allemaal willen verkennen. Dat is heel wat: Wat gebeurt er in de nacht? Welke zorgvragen krijgen de medewerkers? Hoe kunnen de inzichten die uit de data voortkomen de organisatie helpen? En zijn die inzichten dan ook toepasbaar voor andere locaties?
Het project is goed op stoom en komt even later nog meer tot leven. Wanneer groepen medewerkers voorbeeldgrafieken te zien krijgen, leidt dat tot veel positieve feedback. Het is fijn de momenten waarop zorg wordt verleend en de soort zorgvragen goed in beeld te hebben. Ook het management, de centrale cliëntenraad en de raad van toezicht spreken hun vertrouwen uit. Het is een mooi signaal. Data-ondersteund werken is geen abstract begrip meer. Er is veel enthousiasme en de interesse ervoor is duidelijk gegroeid.
Eyeopener
Het is pionieren voor de organisatie en dat brengt ook hindernissen met zich mee. De domoticasensoren waarmee de organisatie nu werkt, blijken nauwelijks data te leveren. Dat betekent handmatig data bijhouden en deels ook het gebruik van fictieve data. Het levert een minder betrouwbaar resultaat op en maakt dat het project nog geen vervolg krijgt. Toch is er al met al veel winst geboekt, meent Gamze. ‘Het project heeft echt onze ogen geopend dat data-inzichten veel verschil kunnen maken.’
Interview en tekst: Hanneke van Vliet (Het Nederlands Tekstbureau)
Dit bericht is gepubliceerd op 27 november 2025.